Opinie

‘Crisis voorbij? Graag geld terug dan’

09-02-2017 11:49

De regering splitst zich in tweeën nu er weer verkiezingen zijn. Maar zowel VVD lijsttrekker Mark Rutte, als PvdA lijsttrekker Lodewijk Asscher vinden dat ze het goed hebben gedaan de afgelopen vier jaar. De weg was moeilijk, de tijden waren zwaar, maar het schip van staat is de crisis te boven gekomen – aldus de retoriek. De economie groeit weer. Het aantal banen stijgt. Onder de bezielende leiding van minister van financiën Jeroen Dijsselbloem (PvdA) zijn bovendien – geholpen door een ongekend lage rente – het financieringstekort en de staatsschuld weer op orde gebracht. Zo ongeveer luidt de boodschap.

Nou, dan kunnen de lastenverzwaringen die van de sterkste schouders werden gevraagd om de crisis het hoofd te bieden, wel weer teruggedraaid worden. De BTW kan weer terug naar de 19 procent, die consumenten vóór de crisis betaalden. De verhoging van het forfait voor de eigen woning waar mensen die gespaard hadden voor hun eigen huis mee werden aangeslagen: ook die kan weer weg. Heffingskortingen die waren afgeschaft om de smalle beurs van de staat in crisistijd te spekken, die kunnen weer worden ingevoerd. De belastingbetaler heeft zijn plicht gedaan. Hij is solidair geweest. De sterkste schouders hebben de zwaarste lasten gedragen. Het leed is geleden. De overheid moest ingrijpen, heeft dat gedaan, maar kan nu weer kleiner worden.

Perverse prikkels

Je zou denken dat de regeringspartijen, die het economisch herstel wel op hun eigen conto schrijven, nog voor de verkiezingen de crisismaatregelen weer in zouden trekken. Maar neen. Daar horen we niets over. De lasten worden niet verlaagd. Het geld gaat niet terug naar de burgers. Integendeel, in verkiezingstijd belooft iedereen weer nieuwe overheidsuitgaven voor doelen die bepaalde groepen kiezers – zo hoopt men althans – aanspreken. Het partijkartel wordt immers niet gedreven door landsbelang. De hedendaagse politiek wordt gedreven door perverse prikkels. Politici geven belastinggeld uit om daarmee baantjes voor partijgenoten veilig te stellen. Het is in Nederland makkelijker om belastingen te verhogen dan om die te verlagen. Dat blijkt wel uit het feit dat de belastinginkomsten ieder jaar stijgen, zowel in goede als in slechte jaren. De overheid heeft geen last van de economie: de overheid groeit altijd maar door.

De overheid kan niet eeuwig een grotere hap blijven nemen uit de nationale productie van goederen en diensten. Economische groei komt niet van de overheid maar van meer activiteiten van burgers en bedrijven. De productiviteit van de overheid gaat nooit omhoog. Die van de private sector wel. Daarom is het verstandig het geld bij de mensen te laten in plaats van bij de overheid. Nu de crisis voorbij is kunnen we daarmee beginnen. Allereerst met het terugdraaien van alle lastenverzwaringen die nodig waren om de crisis te bezweren. En dan doorpakken op de vele uitgaven die wel wat minder kunnen. Neem de miljarden subsidie voor windmolens, de ontwikkelingshulp en ga zo maar verder. Ieder jaar 5 procent minder overheidsuitgaven, betekent dat ieder jaar 5 procent meer in de zakken van de burgers blijft. Dat is goed voor de economie. En het is goed voor de democratie: want hoe kleiner de overheid, hoe meer burgers zélf mogen beslissen.