Opinie

De Europese boer is jarenlang verwend en moet nu op de blaren zitten

04-08-2015 20:25

De zomer van 2015 staat in het teken van het boerenprotest. Het begon met de file-ellende voor vakantiegangers en vrachtwagens, veroorzaakt door protesterende boeren op de Franse snelwegen. Daarop volgde het bescheiden protest van de Belgische boeren, en de afgelopen dagen lieten ook de melkveehouders in Nederland van zich horen. Algemeen gehoorde klacht is dat de boeren een te lage prijs krijgen voor hun producten. Gedeeltelijk hebben ze gelijk: de inkoopcombinaties van de supermarkten zijn almachtig en dicteren de inkoopprijs voor land-en tuinbouwproducten, vlees en melk. Op 7 september is er een algeheel Europees boerenprotest. Het zal een hete herfstdag in Brussel worden.

Supermarkten gaan er met de winst vandoor

Een tuinder ontvangt voor een kilo tomaten ongeveer 35 cent, u mag in de winkel 1,80 betalen. Voor praktisch alle producten geldt dezelfde verhouding tussen productieprijs en consumentenprijs. De grote winnaars zijn de verwerkende bedrijven en de supermarktconcerns. Maar dit is slechts het halve verhaal. Waarom krijgen die boeren zo weinig betaald? Dat komt omdat het aanbod te groot is.

In de eerste les economie wordt geleerd dat de prijs van een product tot stand komt door vraag en aanbod. Hoe groter het aanbod des te lager de prijs en omgekeerd.

Neem de prijs voor varkensvlees. Wanneer de prijs voor varkensvlees hoog is gaan varkensboeren meer varkens fokken, waardoor het aanbod stijgt en… de prijzen gaan dalen. De zogenaamde ‘varkenscyclus’. Die varkenscyclus staat symbool voor het prijsbeleid van bijna alle landbouwproducten. Je zou verwachten dat boeren inmiddels hun lesje geleerd hebben en hun aanbod beter zouden ‘sturen’, om op die manier een vuist te maken richting de supermarktconcerns.

Gokken met het melkquotum en vervolgens verliezen

Met de melkprijs hetzelfde verhaal. Tot 1 april 2015 was er een melkquotum. Europese melkveehouders mochten maar een bepaalde hoeveelheid melk produceren om zodoende de melkprijs, die door de EU gegarandeerd was, stabiel te houden. Maar die boeren, die in opkomende economieën zoals China en Brazilië de vraag naar melkproducten zagen stijgen, lobbyden in Brussel voor het vrijlaten van het melkquotum. Er viel immers veel geld te verdienen. Zo gezegd zo gedaan. Per 1 april geen melkquotum meer, maar ook geen gegarandeerde melkprijs.

Boeren lobbyden in Brussel voor het vrijlaten van het melkquotum

Wat deden de boeren in aanloop naar die 1 april 2015? Ze gingen als gekken extra stallen bouwen en nog meer koeien aanschaffen. De Rabobank leende ze graag het geld.

Maar helaas, als er een te groot aanbod van melk op de markt komt dalen de prijzen. Voeg daarbij een tegenvallende vraag vanuit het buitenland, ook China en Brazilië zitten in een economische crisis, en het zo beloftevolle plaatje verandert in een nachtmerrie. De gegarandeerde melkprijs bestaat niet meer en de verkoopprijs ligt ver onder de kostprijs.

VVD blaast hoog van de toren

Dan ligt er ook nog een mestadder onder het gras. De boeren waren in hun optimisme even vergeten dat er ook nog zoiets als een mestquotum bestaat. Brussel dicteert die regels en de EU-landen hebben zich daaraan te houden. Dus als boer mag je dan wel meer melk mogen produceren, maar mest niet. Einde van het melksprookje.

De VVD blaast dan ook hoog van de toren om van staatssecretaris Sharon Dijksma (PvdA) op hoge poten te eisen dat ze even het mestprobleem voor de Nederlandse boeren in Brussel moet oplossen. Leuk voor de Bühne, maar daar trappen wij als kiezers niet in. Dat mestquotum is namelijk een unaniem EU-besluit, waar ook de Nederlandse regering bij het kruisje in Brussel getekend heeft.

Consumenten betalen twee keer

De Europese boeren zijn verwend. Jarenlang is meer dan de helft van de Europese begroting opgegaan aan landbouwsubsidies. In totaal ontvangen de Europese boeren tussen 2014 en 2020 per jaar 53 miljard euro aan subsidie, waarvan 770 miljoen euro naar de Nederlandse boeren gaat. Consumenten betalen in feite twee keer voor hun product. Een keer via belastinggeld, dat naar de landbouwsubsidies gaat, en nog een keer in de winkel.

Boeren moeten dus vooral de consument niet lastigvallen met hun protest en acties. Ze moeten bij zichzelf te rade gaan en hun eigen problemen oplossen in plaats van altijd maar naar de overheid te wijzen. Als de bakker onvoldoende brood verkoopt omdat er teveel bakkers in de omgeving zijn, dan moet hij iets anders gaan doen. Datzelfde geldt ook voor boeren. Die zullen moeten begrijpen dat ze door hun verkeerd economisch handelen in de problemen zijn geraakt. Daar mag de belastingbetaler niet voor verantwoordelijk worden gehouden. Boeren zijn immers vrije ondernemers.