Longread

Een arbeidsovereenkomst zal historisch gezien de uitzondering blijken

30-03-2015 14:04

Zzp’er en de verzorgingsstaat. Het is geen gelukkig huwelijk. Toch zullen politici en bestuurders zich moeten leren verhouden tot de éénpitter, zeggen kenners van de arbeidsmarkt. “We keren nu weer terug naar de oercontracten van de dagloner.”

 


 

“Een zzp’er bestaat eigenlijk niet. Dat is geen juridisch fenomeen. Je hebt ondernemers en je hebt werknemers. De zelfstandige zonder personeel is de afgelopen jaren een apart beestje geworden”, zei Lodewijk Asscher in februari van dit jaar. Het is dan de vraag hoe deze 808.000 éénpitters in 2014 waar het CBS over spreekt volgens de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op onze arbeidsmarkt ingepast moeten worden.

Moeten de zzp’ers zich schikken naar de principes van de verzorgingsstaat? Of volstaan deze verhoudingen niet meer en moet ons arbeidsstelsel aangepast worden? Hoe behandelen de ministeries van Economische Zaken (EZ) en Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) deze vragen? Wat zijn hun standpunten en belangen? En welke rol speelt het UWV hierbij als uitvoeringsinstantie van SZW?

Dagloner

De verhoudingen op de arbeidsmarkt waren eeuwenlang gebaseerd op contracten op basis van opdracht. Dat willen we nog wel eens vergeten, stelt Ton Wilthagen, hoogleraar arbeidsmarktbeleid aan de Universiteit van Tilburg: “Tot de Wet op de arbeidsovereenkomst werd ingevoerd in 1907 is loondienst altijd een uitzondering geweest in de arbeidsgeschiedenis.”

Dat veranderde in de twintigste eeuw. Arbeidscontracten werden geïntroduceerd en de dagloner – de voorloper van de hedendaagse zzp’er – raakte uit beeld. Werkgevers en werknemers werden de norm in de verzorgingsstaat.

De groei van de groep zzp’ers aan het begin van de 21ste eeuw schudden deze verhoudingen echter op. Een reactie van overheidsinstanties kon niet uitblijven. Op de ministeries van Economische Zaken en Sociale Zaken en Werkgelegenheid roept deze ontwikkeling veel vragen op. Wie zijn deze zzp’ers? Wat verdienen ze? Hoe zijn ze verzekerd? De ministeries stelden verscheidene onderzoeken in, maar een eenduidig en afdoende antwoord wordt niet gevonden.

Beleidsretoriek

Het ministerie van Economische Zaken wilde vooral de positie van de zzp’er verduidelijken. Als deze éénpitter een ondernemer zou zijn, dan moet die geholpen worden. Om de administratieve verwarring weg te nemen en zodoende een ondernemersklimaat te bevorderen, introduceerde Economische Zaken in 2002 de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR).

De invoering van de VAR heeft echter geen einde gemaakt aan de arbeidsrechtelijke status van de zzp’er. Dat illustreert volgens Joop Schipper, hoogleraar arbeidseconomie aan de Universiteit Utrecht, dat de overheid weinig concreets deed ter bevordering van de éénpitter. “De opeenvolgende kabinetten in het vorige decennium hebben steeds een pleidooi gehouden voor de zzp’er. Maar dat was vooral beleidsretoriek, want ze hebben niet veel gedaan om de zzp’er te promoten.”

In werkelijkheid voerde het ministerie van Economische Zaken een aartsliberaal laissez faire-beleid: de zzp’er zijn gang laten gaan. En hoewel het ministerie iedere ondernemer omarmt, zie het éénpitters liever doorgroeien. Zoals staatssecretaris Frank Heemskerk in 2009 zei: “Wij willen meer zelfstandigen mèt personeel.”

Modegril

Binnen het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) keek men in het begin van de 21ste eeuw naar het zzp’erschap als een ‘atypische arbeidsrelatie’ stelt de Tilburgse professor Wilthagen. Het ministerie wilde vanuit zijn rol als zorgdrager van de sociale zekerheid onder meer uitzoeken ‘hoe zzp-ers omgaan met inkomensrisico’s op het gebied van werkloosheid, ziekte, arbeidsongeschiktheid, ouderdom en vakkennis’. Anno 2015 steggelen beleidsmakers nog steeds over verzekeringen voor zzp’ers met betrekking tot bovenstaande risico’s. Beleidsretoriek, aldus Schipper.

Volgens Wilthagen verloor SZW zijn aandacht voor de zzp’ers met het mislukken van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) in 2004. Leo Witvliet, hoogleraar interim management aan Nyenrode, meent dat op de ministeries werd gedacht dat de zzp’er ‘een modegril’ was die vanzelf zou overwaaien. Die interesse keerde weer terug toen de groep zzp’ers ook tijdens crisis bleef groeien.

Het toenemende economische belang van de zzp’er versterkte tegelijkertijd onderliggende gevoelens van schijnzelfstandigheid. De Tweede Kamer en de vakbonden – die de zzp’er als een concurrent beschouwden – bestookten het ministerie van SZW steeds meer met vragen over een doorgeschoten flexibilisering. SZW-minister Henk Kamp verdedigde de flexibilisering ten dele. Hij zag flexibiliteit vooral als een tijdelijk fenomeen, nodig om de klappen op te vangen in tijden van crisis. Vaste werknemers moesten het uitgangspunt blijven.

Sociaal Akkoord

Het is een opvatting die ook Kamps opvolger Asscher huldigt. Met het uitvoeren van het Sociaal Akkoord zet hij de verhouding tussen werknemer en werkgever op de eerste plaats. Verder moeten schijnconstructies worden aangepakt, maar ook ‘het tegengaan van een doorgeschoten gebruik van legale vormen van flexibele arbeid’ is een speerpunt van de sociale partners die Asscher ondersteunt.

Dat de zzp’er voor het eerst wordt genoemd in een akkoord tussen werkgevers en werknemers, zien sommige zzp-organisaties als een overwinning. Wilthagen meent echter dat het Sociaal Akkoord geen zege is voor de zzp’er: “De boodschap is dat flexibiliteit beteugeld moet worden. Dat is de missie van Asscher. Hij wil terug naar een arbeidsmarkt met het vaste contract en de zzp’er past niet in dat plaatje.”

UWV

Asscher kan echter moeilijk om het zzp’erschap heen als optie om mensen uit een uitkeringspositie te krijgen, met een gunstig effect op de uitkeringslasten en de werkloosheidscijfers. In 2006 introduceerde toenmalig SZW-minister Aart Jan de Geus de startfaciliteit in de WW. Hierbij biedt het UWV regelingen aan om vanuit de WW als zelfstandig ondernemer aan de slag te gaan. Via deze voorziening gingen van 2006 tot en met 2010 jaarlijks circa tienduizend werklozen vanuit de WW als zelfstandig ondernemer aan de slag. Sinds 2010 zijn dat er elk jaar gemiddeld 14.000. Na drie jaar is ruim tweederde van de werkhervatters nog steeds ondernemer.

Transitie

De beleidsmakers kunnen niet meer om de zzp’er heen. Dat ziet EZ-topambtenaar Maarten Camps ook. Hij stelt in zijn traditionele nieuwjaarsartikel in Economische Statistische Berichten (ESB) dat er ‘een omslag in het denken’ moet plaatsvinden om niet de werknemer, maar de werkende centraal te zetten. “De primaire beleidsreactie op de uittocht uit de traditionele arbeidsrelatie redeneert vanuit bestaande instituties”, schrijft hij in 2014. “Dit is echter geen duurzaam antwoord op de toenemende populariteit van het zzp-schap.”

Op meer plaatsen voltrekt die omslag zich, stelt Witvliet: “We zitten in een transitieperiode. Over twee of drie jaar is de situatie al heel anders. In de Tweede Kamer leeft nu al steeds meer het idee: we moeten de zzp’er niet tegenwerken. Ik verwacht ook dat het kabinet terughoudender zal zijn, maar de transitie loopt vertraging op doordat er politieke overwegingen zijn om dit kabinet overeind te houden.”

Wilthagen verwacht dat het nog wel enige tijd gaat duren, maar uiteindelijk zal volgens hem de zzp’er zelfs weer de norm vormen: “Als we later terugkijken op deze periode, zullen we zien dat het principe van een arbeidsovereenkomst een uitzondering is in de arbeidsgeschiedenis. We keren nu weer terug naar de oercontracten op basis van opdracht. We weten alleen nog niet hoe we dit moeten relateren aan de verzorgingsstaat, maar het krampachtige vasthouden aan de loondienst van dit kabinet is slechts een laatste stuiptrekking.”

 

banner-zzp-600x100-nw

Het onderzoek ZZP’ers: Markvernieuwers of marktverziekers werd uitgevoerd door Geert Jan Hahn, Gepko Hahn, Gyurka Jansen, Jolanda Breur, Nick Kivits, Rebke Klokke (fotografie) en Simon Trommel, met Pierre Spaninks als hoofdredacteur.
Het startkapitaal van 5000 euro dat voor dit project nodig was, is binnen enkele weken via het platform voor onderzoeksjournalistiek Yournalism.nl bij elkaar gebracht door meer dan 250 donateurs.

De volledige resultaten verschijnen binnenkort als e-boek. TPO brengt de komende tijd alvast een serie voorpublicaties.